Per trein verlaten we vandaag hoofdstad Rabat. Onderweg wordt ons pijnlijk duidelijk dat in Marokko arm en heel rijk naast elkaar leven. De dicht op elkaar gepakte hutjes van de overvolle krottenwijken van Rabat en Casablanca zijn maar een straatlengte verwijderd van luxe nieuwe/in aanbouw zijnde kantoor of wooncomplexen. Het is treurig om te zien dat ook in Marokko een bepaalde basismate van welvaart niet voor iedereen is weggelegd, en dat er veel mensen zijn die niet anders kunnen dan hun hand ophouden aan de rand van de straat. De wereld verbeteren lijkt in confrontatie met zulke armoede een onbegonnen taak. Toch hopen we ons steentje te kunnen bijdragen door er op te letten hoe en waar we ons geld uitgeven. We proberen zoveel mogelijk lokale producten te kopen en besteden ons geld in kleine winkeltjes, in plaats van in westerse winkelketens en hotels te kopen. Misschien dat ons geld zo beter besteed is.
Per tweede klas shuttletrein reizen we naar het economisch centrum van Marokko, Casablanca. Daar aangekomen ervaren we de onwilligheid van de taxichauffeurs aldaar. Met andere woorden: we worden in een taxi geduwd, die vervolgen weigert op de meter te rijden en ons ook nog probeert over te halen een ander hotel te betrekken. Wij laten ons echter niet uit het veld slaan: we laten ons bij het geplande hotel afzetten en betalen de chauffeur de helft van wat hij vraagt, nog steeds een meer dan redelijk bedrag. Soms moet je wat brutaler durven zijn dan de gemiddelde taxichauffeur.
We moeten de beste man later wel gelijk geven wat betreft hotelkeuze: Hotel Cynemer heeft klaarblijkelijk recent besloten zomaar haar prijzen te verdubbelen. Daar doen wij niet zomaar aan mee. De en passant aangeboden hotelkamer in een vaag achterbuurtje vinden we maar wat ongezellig. We betalen liever iets meer voor een gezelligere kamer. Hoewel het hotel van onze tweede keuze een hogere classificering heeft, zijn we nog altijd goedkoper uit dan bij het eerste hotel. Hotel de Noailles blijkt prima kamers te hebben, maar ook nu pakken we meteen onze dagrugzak in om Casablanca te gaan verkennen.
Zoals gewoonlijk duiken we eerst de medina in. We hebben al zoveel medinas bezocht dat die van Casablanca wat tegenvalt, terwijl de medina voor ons meestal hét hoogtepunt van een stad is. We blijken ook een beetje gedesoriënteerd: we krijgen het voor elkaar drie keer hetzelfde rondje te lopen in de medina. Daar worden we geconfronteerd met de standaard plastic waar, schoenen, kleren, leer, een enkel toeristisch winkeltje, en tientallen teleboetiekjes (bellen blijkt in Marokko een zeer populaire bezigheid). In de medina van Casablanca liggen de straten vooral vol met groenten, fruit en vlees.
Vooral het vleeswaar is behoorlijk onsmakelijk: in de winkeltjes hangen aan grote haken meer of minder complete gevilde dieren, op kistjes worden bebloede pootjes en kopjes uitgestald, en de hoeveelheden vlees die verkocht worden zijn enorm. Vegetarische maaltijden zijn in Marokko geen standaard kost, en het is lastig uit te leggen dat je geen vlees of vis eet omdat de reden voor het maken van die keuze niet wordt begrepen. Voor ons wordt het met de dag duidelijker waarom we deze keuze hebben gemaakt. Deze uitstalling van dode bebloede dieren drukt je goed met de neus op de feiten. In onze ogen is het een zeer misselijkmakend schouwspel.
En dus ontvluchten we de plaatselijk medina om onze enigszins hongerige magen te vullen met een - naar Marokkaanse maatstaven zeer dure maar zeker lekkere - vegetarische pizza. Mijke begint overigens ook steeds meer te wennen aan al die olijven die in iedere maaltijd worden gestopt. Waar ze sinds Azië opeens rode bietjes lust, blijken vanaf vandaag pizzas met olijven ook goed eetbaar te zijn. Wat een land al niet met je eetgewoontes doet. We verbazen ons overigens over onze hunkering naar Italiaans eten: al drie dagen lang teren we op pizzas!
Na het middageten vervolgen we onze weg door Casablanca en bezoeken we de Hassan II moskee. Deze grootste moskee van Afrika staat op het meest westerse punt van de islamitische wereld, op de rotsen naast de Atlantische oceaan. Het duurde vijf jaar en 30.000 werklieden om de gigantische moskee te bouwen. In 1993 werd de bouw van de moskee voltooid. Er is plaats voor 80.000 gelovigen en nog eens 5.000 vrouwelijke gelovigen op een hogere etage. Aan het plein is niet alleen de moskee gelegen, maar liggen ook een bibliotheek en een museum, hoewel deze laatste gebouwen nog niet af of nog niet in gebruik zijn. Ook de geplande medersa is nog niet gerealiseerd, en de gelden daarvoor zijn er ook nog niet.
De Hassan II moskee is een en al pracht, en zeer deskundig gebouwd: fraaie mozaïeken, prachtige inscripties en een tweehonderd meter hoge minaret, met op de achtergrond een bulderende oceaan. Het is een prachtige aanblik. Helaas kunnen we de grootse moskee niet van binnen bewonderen, omdat dit alleen vroeg in middag per tour mag. Daarvoor zijn we vandaag te laat, en ook morgen is de moskee niet toegankelijk vanwege het vrijdaggebed. De rest van de dag trekken we nog uit voor Casablanca: we bezichtigen de fraaie architectonische gebouwen en villas, prachtige boulevards, groene parken en immense palmbomen die het geheel verfraaien. We krijgen een aardig beeld van de stad, de medina, de haven en de achterbuurten. We zien echter ook dat de ooit stralend witte gebouwen nu grijs van de uitlaatgassen zijn, ervaren de armoede, de enorme omvang van de stad en de chaos, en we raken er dan ook meerdere keren de weg kwijt.
Hoewel Casablanca zeker haar pracht heeft, is de stad ons wat te chaotisch en groot. Voor het interieur van de Hassan II moskee alleen willen we niet langer in Casablanca te blijven. We besluiten de volgende dag door te reizen, en nu alvast een buskaartje te kopen. Daarna strijken we - zeer origineel - neer bij de tweede pizzeria van de dag en eten we onze tweede pizza van de dag. Moe maar voldaan zoeken we daarna ons bedje op, en dromen we van vier poesjes heel veel uurtjes bij ons vandaan.