Fès - Donderdag 1 juli 2004

Omdat we weten dat we vandaag per bus met airconditioning naar Fès zullen afreizen staan we opgewekt om zes uur 's morgens naast onze bedjes. De kaartjesverkoper van de busmaatschappij had ons gisteren nog een beetje vreemd aangekeken toen we vroegen of de airconditioning van de bus ook zou werken, maar onze ervaringen in het Verre Oosten hebben ons geleerd op reis een flinke dosis realisme mee te dragen. Netjes op tijd arriveren we bij de opstapplaats van de bus en tot onze vreugde constateren we dat de bus alles bezit dat ons beloofd is: airconditioning, beenruimte en comfortabele stoelen. Joepie! De bus rijst alles behalve snel maar dat maakt ons niets uit. Eindelijk krijgen we wat van het Marokkaanse landschap te zien, ook al vermoeden we dat ook het landschap tijdens een negen uur durende reis gaat vervelen. Behalve het legen van de maag door één van de passagiers in het gangpad verloopt de reis zonder problemen.

Bij aankomst in Fès stappen we meteen in een ‘petit taxi', geoefend als we onderhand zijn. Deze kleine auto met een imperiaaltjes op het koppie rijdt ons vliegensvlug en voor enkele dirhams naar het hotel van onze keuze. Voor grotere afstanden is er de ‘grand taxi'. Vanuit de ville nouvelle rijden we naar de medina (het oude stadscentrum) van Fès el Bali. Samen met Fès el Jedid vormen deze drie stadsdelen het Fès van vandaag de dag. In Pension Campini vinden we een rustig en comfortabel onderkomen voor de komende nachten.

Enthousiast als we zijn begeven we ons meteen de medina van Fes el Bali in. Na onze ervaringen in het Marokko dat Marrakech is zijn we behoorlijk nieuwsgierig geworden naar het leven in andere Marokkaanse steden. De waarschuwing van onze reisgids dat Fès nogal overdonderend kan zijn ondervinden we aan den lijve: tientallen officiële en onofficiële gidsen benaderen ons in eerste instantie vriendelijk, maar we voelen ons al gauw in onze privacy aangetast. We weten ze ook maar niet van ons af te schudden, en aardige woorden maken al gauw plaats voor irritatie en onvriendelijkheid - van beide kanten overigens. Toch weten we uiteindelijk het een en ander van de stad te zien zonder gids. We wandelen nieuwsgierig over twee parallel aan elkaar lopende dieper en dieper de Medina in, steeds verder afdwalend en met steeds meer vertakkingen. We houden ons voor vandaag maar even veilig aan de twee hoofdstraatjes. Fès lijkt een zeer complex stadscentrum te hebben en we willen niet nu al de weg kwijtraken. Dan kan je richtinggevoel nog zo goed zijn, in de wirwar van straatjes die de medina van Fès is heb je er werkelijk niets aan.

We lopen tussen honderden Marokkanen die zich vergapen en vergrijpen aan de standaard koopwaar in de winkeltjes van de medina. Wanneer de avond invalt lijkt het leven in Marokko helemaal op gang te komen. Overal komen mensen vandaan om zich te goed te doen aan de geneugten van het leven in Marokko: de avondwarmte, de gezelligheid en het sociale leven, en het vele eten en drinken. We ontvluchten de gigantische drukte van de inwoners van Fès die zich massaal verzamelen in de smalle straatjes en schieten restaurant Le Kashbah binnen om een hapje te eten en een slokje te drinken. Na het nogal eentonige eten in hotel Kenza (lees: meerdere dagen friet en groenten) genieten we extra van een authentieke Marokkaanse maaltijd: voor Frank tagine, voor Mijke couscous. De maaltijden vallen zwaar: echt zuinig met het vet zijn ze niet in Marokko. Maar het smaakt zeker.

Na een korte avondwandeling in de medina vinden we het genoeg geweest voor vandaag en besluiten we ons bedje op te zoeken. In het hotel genieten we nog even na van onze aankopen van vandaag: een metalen bewerkt bordje voor onder de theepotjes, en twee - authentieke? antieke? - zeer dikke fraaie armbanden. We zijn zeer in onze nopjes.

Fès -Vrijdag 2 juli 2004

Vandaag bezichtigen we de bezienswaardigheden van de stad Fès. Na een prima ontbijt, ook een welkome afwisseling op het wat eentonig wordende ontbijt in hotel Kenza, redetwisten we wat over de voordelen en nadelen van een gids. We besluiten zonder gids te beginnen omdat het stadsdeel Fès el Jedid er op de kaart in onze reisgids overzichtelijk uitziet. We hebben alleen nog wat moeite met het lokaliseren van het stadsdeel zelf, maar na het proberen van alle mogelijke richtingen weten we dan toch Fès el Jedid te bereiken.

Wat dit stadsdeel zo interessant maakt is voornamelijk de sfeer die er heerst. Het is een relatief kelin en rustig stukje stad met een zeer prettige uitstraling. We lopen langs moskeeën, tussen stadsmuren door, over marktpleintjes, en door de leukste straatjes. We ontmoeten een aandoenlijk Marokkaans jongetje dat ‘geen gids is maar ons wel de weg kan wijzen'. We besluiten gebruik te maken van zijn aanbod en voor tien dirham leidt hij ons rond in de buurt, langs het niet voor toeristen toegankelijke koninklijke paleis en de joodse synagoge waar de wijk om bekend staat. De toegangspoort tot het paleis is prachtig maar vooral van de Aben-Danan synagoge in de joodse wijk zijn we onder de indruk. Middels de rondleiding die we van de beheerder krijgen worden we gewezen op de speciale karakteristieken van deze synagoge. Het is prachtig om deze trotse beheerder te ontmoeten, en hij heeft ook zeker wat om trots op te zijn. Bij buitenkomst bedanken we ons gidsje dat geduldig op ons heeft staan wachten, en wandelen op ons gemak terug naar de medina van Fès el Bali.

Vandaag is het vrijdag, de dag dat moslims vrij hebben. In de hele stad worden we geconfronteerd met grote groepen, in hun fraaiste kleding gestoken, moslims die in en buiten de moskeeën op hun gebedskleden richting Mekka hun dagelijkse gebeden doen. Het is aangrijpend om de Marokkanen met z'n allen in het openbaar hun geloof te zien verkondigen. Op deze manier kunnen we toch nog iets van de Islam meekrijgen, daar het betuigen van het geloof op de andere dagen achter de muren van de, voor niet-moslims gesloten, moskeeën plaatsvindt. Bovendien is het in een stad als Fès ook wel fijn dat op deze vrijde middag de meeste openbare gelegenheden gesloten zijn. Daardoor is het anders zo drukke Fès heerlijk rustig en wordt de kans dat we verdwalen ook aanzienlijk kleiner.

Het schattige jongetje dat zich in dit stadsdeel heeft opgeworpen als gids zorgt er verder wel voor dat we niet lastiggevallen worden. ‘Iedereen kent zijn broer, en zijn broer heeft aanzien' - hoewel wij er van overtuigd zijn dat zijn broer één van de scheldende onofficiële gidsen was die ons gisteren lastigvielen. We kunnen niet anders dan het jongetje te volgen want zonder zijn hulp komen we nooit aan bij de bezienswaardigheden van Fès el Bali. De wirwar van straatjes dat Fès el Bali heet is één groot doolhof voor outsiders zoals wij dat zijn. In een flink tempo laten we ons meeslepen. Zo af en toe wordt een gebouw van commentaar voorzien - ‘dit is de bakker' - maar het grootste deel van de tijd loopt ons gidsje trots een stuk voor ons uit, links en rechts afslaand maar zeker van zijn zaak. ‘Dit zijn mijn toeristen en daar blijft iedereen van af'. Dat het een onofficieel gidsje is maakt niets uit. Alle officiële gidsen lijken overigens toch de dag vrij te hebben genomen, want ook de andere toeristen die we tegenkomen zijn door een klein formaat gids op touw genomen.

We krijgen een aardige indruk van dit stadsdeel van Fès: de leerlooierijen, maar nu vanaf het dak van een winkeltje zodat we niet zo overweldigd worden door de penetrante geur van dierenhuiden die bewerkt worden. We zijn nu ook getuigen van het kleuren van het leer, iets dat in Marrakech slechts óm de maand gebeurt. Het blijft voor ons een nare bijsmaak hebben, maar van bovenaf beschouwd zijn al die ronde betegelde baden wél een grappig gezicht.

Vanaf het dak hebben we ook een goed uitzicht op verschillende moskeeën van Fes. Bijna alle volkeren die in het verre verleden naar Marokko zijn geëmigreerd hebben wel een moskee opgetrokken in Fès. We zien de Andalucische moskee, de Quaraouiyine (het huidige Tunesië) moskee en de moskee van de Merinids (van de gelijknamige dynastie) te zien. Niet alleen van bovenaf maar ook van voren, als het gidsje ons er later langs leidt. Jammer dat we alleen stiekem naar binnen kunnen spieken en niet meer. Van de Quaraouiyine moskee krijgen we iets meer te zien. Hoewel we ook hier niet naar binnen mogen, kunnen we wat beter naar binnen kijken en worden we zelfs gebaard een foto te nemen. Deze moskee is ook zeer spectaculair met z'n veertien immense deuren, 275 pilaren en 20.000 gelovigen aan wie de moskee plaats biedt. Ons gidsje vertelt ons dat in deze moskee 's nachts de bedelaars van Fes worden opgevangen.

Tot groot genoegen van ons bezoeken ook nog een medersa. Medersa Sahrij wordt door de beheerder van slot en grendel gehaald en trots verhaalt hij over het heden en verleden van de prachtig gedecoreerde medersa. Vooral het bassin in het binnenhof levert veel plezier op. Keer op keer moeten we om het bassin heenlopen om te constateren dat de bodem van positie lijkt te veraderen. ‘Magic' concluderen we, want we krijgen er geen vat op wat de schijnbare veranderende positie van de bodem veroorzaakt. Is het de ligging van de tegeltjes, is de bodem hol, of juist bol? De beheerder en ons gidsje zijn erg trots op deze magische vijver maar kunnen het ook niet verklaren.

In een mengeling van Arabisch, Frans en Engels krijgen we ook nog wat cijfertjes te horen. We begrijpen dat er momenteel negenentwintig jongetjes de medersa bevolken, maar waar ze precies zijn weten we niet. Er schijnt plek te zijn voor vijfenveertig leerlingen, maar volgens de beheerder zijn ze nu - allemaal? - op vakantie. Er schijnen zelfs leerlingen vanuit Rusland op deze islamitische leerschool te zitten. We zien er allemaal niets, en ondanks de vervallen staat van veel van de cellen waarin de leerlingen normaal verblijven willen we de verhalen best voor waar aannemen. De medersa zelf is indrukwekkend genoeg, met z'n fraaie tegelwerk, prachtige inscripties en mooie plafonds.

Tot slot neem ons gidsje ons mee naar een goed verstopte weverij waar met de hand zeer prachtige sjaals, tulbanden en andere kledingstukken worden geproduceerd. We besluiten wat cadeautjes aan te schaffen omdat we het werk prachtig vinden en het handwerk graag sponsoren. Ook worden we nog hier en daar wat andere winkeltjes ingeloodst om van het uitzicht vanaf het dak te genieten. Uiteindelijk bedanken we ons gidsje hartelijk, belonen hem voor de moeite en ploffen we neer op een terrasje voor een drankje en een fruitsalade. Het tempo zat er vandaag goed in, de zon brandde op onze koppies, en nu zijn we toe aan een lange rustpauze. Vervolgens pakken we onze tassen in voor vertrek naar de volgende stad, internetten we wat om te laten weten dat alles goed gaat en lopen we nog wat rond. We sluiten de dag af met een goede maaltijd en duiken daarna onze bedjes in.