Marrakech - Vrijdag 25 juni 2004

Eindelijk is het weer zo ver: we gaan op reis! Het gezegde ‘bepakt en bezakt' gaat voor ons niet echt op daar we met ieder een rugzakje op Schiphol arriveren. We zijn klaar voor vertrek! De bestemming is Marokko, een land dat al een tijd hoog op ons lijstje met nog te bezoeken landen staat. Met Transavia Airlines vliegen we aan op de zuidelijk gelegen stad Marrakech. De vlucht verloopt rustig en zo'n drieëneenhalf uur later zetten we voet op Marokkaanse bodem. Het vliegveld van Marrakech is klein, zo klein dat het vliegtuig vlak voor de deur van de aankomsthal kan parkeren. Het laatste stukje lopen we, en op weg naar binnen kan Frank zelfs de neus van het vliegtuig even aantikken. Een grappige ervaring.

De eerste indruk van Marokko is overweldigend. Het is al zes uur 's avonds geweest maar wat een hitte nog. Zevenendertig graden celsius als we de piloot mogen geloven. We wachten tot onze bagage uitgeladen is en lopen de kleine luchthaven van Marrakech door. We pinnen meteen wat Marokkaanse dirham, hoewel we - illegaal naar het schijnt - al wat dirham uit Nederland hebben meegenomen. Daarna begeven we ons naar de man die rusteloos met een bordje ‘Isropa' zwaait. Bij deze reisorganisatie hebben we een pakketreis Marokko geboekt: vlucht, transfer, zeven nachten hotel inclusief ontbijt en diner, en twee weken verlenging van de reis voor zowat dezelfde prijs als een losse retourvlucht naar Marokko (driehonderdzeventig euro per persoon). Per busje leggen we het laatste stukje af naar hotel Kenza, gelegen in het nieuwe stadsdeel Guéliz van Marrakech.

De overdonderende hitte en de gewaarwording van een nieuwe omgeving brengt ons in gedachte terug naar Sri Lanka, het land waar we onze grote reis door Azië begonnen. Het klimaat- en cultuurverschil is duidelijk zichtbaar: de wegen van Marrakech zijn smal en rustig, en omringd door palmbomen en hoge cactussoorten. De huizen en gebouwen zijn relatief laag, en zachtroze/terra van kleur. Slechts een enkel gebouw is onbeschilderd grijs van kleur. Later zullen we ontdekken dat heel Marrakech zachtroze/terra geschilderd is en daar haar bijnaam ‘rode stad' aan dankt. Het heeft zeker zijn charme. Toch kunnen we ons niet voorstellen dat geen enkele Marrakechi op het idee gekomen is zijn huis eens een ander kleurtje te geven.

We merken als snel dat de brommer een populair vervoermiddel is in dit noordelijke puntje van Afrika. Uit de automerken kunnen we opmaken dat voormalige kolonist Frankrijk een stevige stempel op het land heeft gedrukt: vooral Renault en Peugot hebben grote aftrek gevonden in Marokko, hoewel Mercedessen ook erg geliefd blijken te zijn. Ook de traditionele ezelkar blijkt in Marrakech nog een standaard vervoermiddel te zijn. Terwijl we onderweg zijn proberen we wegwijs te worden uit wirwar van straatjes van Marrakech. Een structuur kunnen we er zo op het eerste gezicht nauwelijks in ontdekken. Hoe dichter we het centrum naderen, des te breder de straten worden. Opvallend zijn de brede trottoirs aan weerzijden van de wegen, en al het groen in de straten. En dit terwijl Marokko vanuit de lucht zo droog en onherbergzaam leek te zijn.

Hotel Kenza valt ons alles mee. Had onze Footprint reisgids het over ‘een té duur hotel voor wat je ervoor krijgt', wij zijn erg tevreden met de luxe kamer met airconditioning, bad, douche en fijne bedden (erg belangrijk weten we na ons jaar in Azië). Het eten blijkt een geweldig goede buffetmaaltijd te zijn en het is goed vertoeven in de zwoele avondwarmte met een bordje eten bij het zwembad. We genieten van exotische - gelukkig ook veelal vegetarische - Marokkaanse gerechten. Vooral de salades zijn smakelijk, ondanks dat reisgidsen het eten van salades afraden vanwege de kans op het oplopen van ziektes.

Het op reis zijn voelt nu al weer ouderwets vertrouwd aan, we denken terug aan ons jaar in Azië. Als we ons voor het slapengaan nog even in de straten van Marrakech begeven om wat water te kopen, zijn we voor ons gevoel weer thuisgekomen. Bij een klein winkeltje bestellen we in ons beste Frans zes flessen water tegen de hitte. Daarna zoeken we voldaan ons bedje op, hoewel de slaap niet wil komen vanwege de hitte. We kijken er niet van op als de airconditioning niet blijkt te werken: we gaan ervan uit dat deze niet inbegrepen is in het arrangement.

Marrakech - Zaterdag 26 juni 2004

Ons eerste Marokkaans ontbijt valt goed. We genieten van de grote keus aan croissantjes, bolletje, beleg, fruit en jus d'orange. Omdat we nieuwsgierig zijn naar Marrakech maken we ons snel klaar om de stad te verkennen. We besluiten te voet het stuk naar het oude stadsgedeelte van de stad af te leggen. Amper tien minuten later hebben we spijt, dan pas realiseren we ons hoe heet heet kan zijn en dat sommige hitte niet te trotseren is. Gelukkig zijn een half uurtje later de stadsmuren van Marrakech in zicht. Het eerste monument dat we bezichtigen is de Koutoubia, het belangrijkste gebouw van Marrakech.

De Koutoubia is zichtbaar vanuit heel Marrakech en is de belangrijkste moskee van de stad. Zoals onze Footprint beweert: wat de Eifel toren is voor Parijs en het vrijheidsbeeld voor New York, is de Koutoubia moskee voor Marrakech. De moskee vormt het centrum van de oude stad Marrakech en haar minaret is vijfenzestig meter hoog. Opvallend is dat, in tegenstelling tot de andere moskeeën die we in Marokko zullen aanschouwen, dat de moskee los staat van de andere gebouwen in de omgeving. Moskeeën blijken doorgaans strak ingebouwd te zijn tussen de huizen van een Marokkaanse stad. Naast de Koutoubia bevinden zich de ruines van een tweede moskee, die in verval geraakt is omdat de gebedsnis, de mihrab, niet precies in de richting van Mekka lag. Een dubbele moskee blijkt zeer bijzonder te zijn, en zowel de ruines als de huidige moskee stammen uit de twaalfde eeuw. We zijn er getuigen van dat de stem van de meuzzin vanaf de minaret van de Koutoubia moslims vijf keer per dag oproept tot het gebed, de salat. De moskee zelf lijkt niet of nog nauwelijks in gebruik te zijn, en is al helemaal niet toegankelijk voor niet-moslims.

Vanaf de Koutoubia lopen we naar het er tegenover gesitueerde centrale plein van Marrakech, Jemaa el Fna, doorgaans aangeduid als ‘La Place'. Het duurt even voordat we er ook werkelijk arriveren omdat ons richtingsgevoel ons even heet verlaten door de rondjes die we zojuist om de Koutoubia hebben gelopen. Gelukkig weet Frank Jemaa el Fna uiteindelijk te vinden. We zijn getuigen van een gezellig maar chaotisch schouwspel: tientallen sinaasappelkraampjes, stalletjes met fruit, groenten, kruiden, kleren, schoenen, en toeristische waar. We zullen later ontdekken dat de attractie die Jemaa el Fna heet zich in de avond pas werkelijk ontvouwt. Dan zwermen duizenden Marokkanen en een handjevol toeristen rond tussen de rokerige barbecuestalletjes en vermaken zich met eten, spelletjes, muzikanten, slangenbezweerders, en henna-artiesten.

Omdat het overdag nog rustig is op het centrale plein begeven we ons richting de aangrenzende souks. Op deze traditionele Marokkaanse markten komen we ogen en oren tekort. We verdwalen in de honderden steegjes van de souks, die volgepakt zijn met kleine winkeltjes met allerhande koopwaar. Van afgedankte fotocamera's en traditionele kruiden tot dierenhuiden en theepotten, alles lijkt hier te koop te zijn. Vanzelfsprekend worden we door zowat iedere winkeleigenaar aangesproken: men wekt graag de indruk dat die mooie leren slippertjes per se mee naar Nederland moeten en dat juist het winkeltje waar we zijn aangeland de mooiste waar en beste prijzen heeft. Bij ieder winkeltje weer worden we letterlijk mee naar binnen gesleept. Een uurtje wandelen over de souks heeft dan ook een geweldige impact

Vanzelfsprekend ontdekken we ook aardig wat leuke koopwaar, maar de prijzen liegen er niet om. Het is duidelijk dat de souks van Marrakech bezocht worden door veel - welvarende - toeristen die bereid zijn flink in de buidel te tasten voor die ene fraaie ketting of dat bijzondere deurframe. We merken al snel dat het informeren naar prijzen opgevat wordt als het willen kopen van het specifieke artikel, en dat het afzien van het doen van een aankoop grote teleurstelling en een reeks Arabische scheldwoorden tot gevolg heeft. Wordt je eerst allervriendelijkst als ‘vriend' een winkeltje binnengelokt, wanneer je met lege handen het winkeltje verlaat ben je ‘de zoveelste onaardige toerist'. Als Nederlander krijg je steevast de woorden ‘kijken, kijken, niet kopen' over je heen gesmeten.

Na een uurtje ‘souken' laten we de souks maar even voor wat ze zijn en zoeken we rust en verkoeling in één van de tientallen Riads van Marrakech, tot hotel/restaurant omgebouwde traditionele Marokkaanse woonhuizen. Op het prachtige binnenhof van Riad Dar Timtam bewonderen we ons over de pracht en praal van deze voormalige ministerwoning en krijgen we zelfs een rondleiding door het immense en indrukwekkende pand. We genieten ook van een heerlijk gekoeld colaatje en een verse jus d'orange met rozenwater.

Als we ons opnieuw willen werpen in de drukte van het dagelijks leven in Marrakech, ontdekken we dat de dagelijks bedrijvigheid heeft plaatsgemaakt de rust van de siësta. Het wordt ons duidelijk dat de inwoners van Marrakech - of van Marokko in het algemeen – zich tussen twaalf en twee uur 's middags terugtrekken in hun huizen voor een middagdutje. Volkomen begrijpelijk met temperaturen van boven de veertig graden celsius maar het gooit onze plannen behoorlijk door de war. Het museum dat op het programma staat opent haar deuren pas om drie uur weer. We begeven ons dus nogmaals de straatjes van de souks in, wat geen slechte zet is omdat veel eigenaren in hun winkeltjes liggen te rusten en het er dus relatief rustig is. We doen ook onze eerste aankoop, bij een lief onopvallend winkeltje in een zijstraatje: een typisch Marokkaans handgemaakte theepot. Te leuk om te laten en al zeer lang een grote wens.

Omdat we zelf ook wel aan een siësta wijzigen we de plannen opnieuw en besluiten we vandaag alleen nog het El Badi paleis te bezoeken, wat mooi uitkomt omdat het al om half drie haar deuren weer opent. Van het ooit zo mooie paleis staat vandaag de dag nog maar weinig overeind. De imposante muren en grootse zwembaden zijn nog duidelijk zichtbaar, maar van de rijke gouden en marmeren decoraties zijn niets meer terug te vinden. Waar het paleis ooit werd bewoond door de rijkste der rijken, hebben nu de vele ooievaars en katten zich meester gemaakt van dit eens zo machtige paleis. Omdat we nog moeten wennen aan de extreme hitte hebben we niet veel puf om het paleis uitgebreid te bekijken. Nadat we nog even van het uitzicht over Marrakech hebben genoten vanaf één van de torens van het paleis, besluiten we een taxi terug te nemen naar ons hotel.

Daar genieten we - voor de laatste maal, zo blijkt - van een heerlijk lopend buffet met maaltijden in alle kleuren en geuren. De volgende dag zullen we ontdekken dat het buffet geserveerd was ter ere van een reisgezelschap, dat helaas huiswaarts is gegaan. De verfrissende douche na het eten geeft ons voldoende energie om Jemaa el Fna in maanlicht te bezoeken. Het centrale plein blijkt ‘s avonds een bruisende smeltkroes van entertainment en voedselkraampjes. Na een tijdje ronddwalen begeven we ons naar één van de dakterras rond het gezellige plein en eindigen we onze eerste volledige dag Marokko met een glaasje fris. Aan alcoholvrij bier hebben we nog geen behoefte!

Marrakech - Zondag 27 juni 2004

Als we wakker worden ontdekken we dat het leven in Marokko vroeg begint. Niet alleen wij zijn bij ochtendgloren klaarwakker vanwege de hitte waar geen airconditioner tegenop kan, ook Marrakech blijkt een en al bedrijvigheid als we vanuit het raam van onze hotelkamer een eerste blik op de stad werpen. We zien winkeltjes hun deuren openen en straten die worden schoongeveegd. In de hoop dat we de ergste hitte voor zijn als we straks op pad gaan, begeven we ons snel naar de ontbijtzaal. De broodjes in alle soorten en maten, tomaat, komkommer, jam, boter, pannenkoekjes, koffie, thee, melk en verse jus vallen goed, en met een volle maag lopen - niet zo slim blijkt al snel, ook Marokkanen vinden het nu al te warm - we richting de in de ‘ville nouvelle' van Marrakech gelegen Jardin Marjorelle.

In de Jardin Marjorelle worden we een beetje overdonderd door de vele bezoekers. We blijken zijn niet de enigen te zijn die in het hectische en warme Marrakech hun toevlucht nemen tot deze oase van koelte en rust. Van het roze van Marrakech schakelen we over op levendige en artistieke kobaltblauwe paviljoens. Deze door prachtige tuinen omgeven paviljoen zijn ontworpen door de twintigste-eeuwse art nouveau kunstenaar en meubelmaker Louis Marjorelle. Vooral de rust die de tuin uitstraalt is indrukwekkend, te midden van het Marrakech als drukke aan- en aanvoerroute vanuit het Atlasgebergte.

Terug in het hotel doen we wat de Marokkanen in het hotel 's middags ook blijken te doen: siësta houden aan het zwembad, hoewel we het beperkt houden tot pootje baden. Vervolgens laten we ons per taxi - we leren het wel om verstandige keuzes te maken – naar het centrum van Marrakech alwaar we op een terrasje neerstrijken voor een heerlijk omeletje. Daarna lopen we in de richting van de meest belangrijke islamitische monumenten van de stad en ervaren aan den lijve hoe lastig het is een stad te ontdekken zonder gids. Het is niet zo dat we de weg niet weten te vinden, integendeel. Daar hebben we Frank met z'n onverslaanbare richtingsgevoel immers voor. Het probleem is echter dat op ieder straathoek een (on)officiële gids ons ervan probeert te overtuigen hoe noodzakelijk een gids in Marrakech is.

Makkelijk te overtuigen zijn we niet: we hebben een aardige hoeveelheid reiservaring en hebben het met z'n tweetjes altijd weten te redden. Bovendien hebben we in het geval van nood altijd nog onze geweldige Footprint reisgids. Je begrijpt dat wij het stug volhouden zonder gids. We bekijken de ruïnes van de Koubba el Baroudiyine en de gids in potentie volgt ons. Wij informeren naar de collectie van het Musee de Marrakech - klinkt niet interessant dus slaan we over - en de gids in potentie wacht geduldig. Als blijkt dat wij hem niet gaan betalen geeft hij het uiteindelijk op. Wij verdwijnen ondertussen de Medersa Ben Youssef in.

Het is even wachten tot een groep franse toeristen het pand heeft verlaten, maar dan ontdekken we waarom de Foorprint dit leercentrum voor Islam en islamitische wetgeving als het meest belangrijke monument van de stad aanduidt. We zijn diep onder de indruk van de prachtige mozaïeken, het heerlijk ruikende cederhout waarvan de façades rond het binnenhof zijn gemaakt, en de zeer gedetailleerde inscripties en bloempatronen. Hoewel de Medersa vandaag de dag niet meer in gebruik is, krijgen we tijdens onze wandeling door het gebouw een goede indruk van hoe de Marokkaanse jongetjes hier leefden en leerden. De cel die iedere student had om in te studeren en te slapen ligt aan het centrale rechthoekige binnenhof. In het midden van het binnenhof bevindt zich een rechthoekige vijver. Aan het einde van het binnenhof is de gebedshal met een prachtig gedecoreerde gebedsnis. We zijn nog nooit in een dergelijk islamitisch gebedshuis geweest maar we zijn diep onder de indruk van de intimiteit, pracht en functionaliteit ervan. Het maakt onze dag compleet.

De volgende bezienswaardigheid vergt een sterke maag en flink wat moed, zo lezen we. We dwalen wat door de vele straatjes en steegjes van de stad en weten dat we in de goede richting lopen als de geur van rottend vlees en dood indringender wordt. Op het moment dat we op de plaats van bestemming zijn aangeland, de leerlooierijen van Marrakech, heeft een gids ons gevonden. Behalve de indringende geur doet weinig vermoeden dat we in de leerlooierwijk zijn aangekomen. Omdat het bezoeken van de looierijen zonder gids haast onmogelijk is gaan we op zijn aanbod in. Onze magen draaien zich inderdaad zowat om: de stank is zeer penetrant en de dood en verderf die we onder ogen krijgen is afgrijselijk.

Op deze looierij worden de huiden van zojuist geslachte dieren - voornamelijk koeien, geiten, schapen en kamelen - nog volledig handmatig bewerkt tot een verkoopbaar stuk leer. Enkele dagen tot weken worden de huiden in verschillende baden van onder andere kalk, duivenpoep en verf gelegd. Afhankelijk van de fase van het proces worden we geconfronteerd met bijna complete dieren tot stukken suède. Behalve de stank zijn vooral de bergen restafval - oren, tepels, neuzen etc. - een weerzinwekkend en onsmakelijk gezicht. Wanneer we aan het einde van de rondleiding gedropt worden in een leerwinkeltje verlaten we het shopje zo snel mogelijk weer. Leer ruikt ook niet naar leer maar naar dood dier, weten we nu.

Na dit uitstapje begeven we ons terug naar Jemaa el Fna voor wat frissere lucht en een koel drankje. Bovendien besluit Frank in een opwelling dat zijn portemonnee moet worden voorzien van een nieuw gaatje om zijn ketting aan te maken. Het schoenmakertje annex gaatjesmakertje maakt dankbaar gebruik van deze opwelling en gaat zonder prijsafspraak aan de slag. Op zeer geconcentreerde wijze wordt Franks peter-o-wallet van een nieuw doch weinig charmant gat voorzien. De schade wordt wat weggemoffeld middels een likje schoenpoets en tevreden met het resultaat vraagt de beste man ons twintig dirham. Zoveel hebben wij niet over voor dit mislukte project. We krijgen bijna ruzie maar weten de prijs naar een nette tien dirham terug te brengen. Een zwervertje maken we blij met de resterende dirham. We worden stukje bij beetje wijzer: spreek prijzen duidelijk vooraf af.

Terug in het hotel wacht ons een grote teleurstelling. Het grote reisgezelschap heeft het hotel verlaten en met hen is ook het heerlijk lopende buffet verdwenen. We wachten geduldig een uurtje langer dan normaal maar dan dringt het toch echt tot ons door. De volgende dagen zullen we het moeten doen met het dagmenu - ook lekker doch wat eentonig. Onze vegetarische eetgewoonten geven ons vandaag behoorlijke moeilijkheden. Vlees krijgen we niet voorgeschoteld, maar dat we geen tonijn eten snapt het personeel niet. Gelukkig begrijpt onze ober het uiteindelijk toch: na drie halve borden weet hij wat we wel en niet eten en kunnen wij toch nog ons buikje vol eten. En ondanks de happen tonijn die we ongewild hebben binnengekregen valt het eten ook goed ook. Beetje bij beetje leren we te wennen aan Marokko.

Marrakech - Maandag 28 juni 2004

Vandaag besluiten we rustig aan te doen. We zijn net op tijd wakker om nog te kunnen ontbijten en rommelen daarna wat aan: beetje lezen, beetje schrijven, beetje ordenen van de inhoud van onze rugzakken. Op het heetst van de dag zetten we ons toch maar aan tot wat beweging. We trotseren de zinderende hitte - vijftig graden celsius horen we later - en lopen van ons hotel de hele weg naar de medina. Geld sparen we er niet mee uit: na twintig minuten flink ploeteren hebben we minstens een waterijsje verdiend. Plus later nog een colaatje.

We besluiten vandaag museum Dar Si Said te gaan bezichtigen. Dit prachtige laat negentiende-eeuwse paleis huisvest heden ten dagen het museum van Marokkaanse kunst en handwerk. Hoewel de collectie aardig is, zijn wij vooral onder de indruk van het paleis met haar prachtig gedecoreerde kamers en indrukwekkende cederhouten plafonds - vandaar ook de lekkere geur.

Vervolgens snuffelen we wat rond in de joodse wijk van Marrakech, en gaan op zoek naar de Saadien Tombs. Deze zestiende-eeuwse tombes van de Saâdien heersers zijn tot het begin van de twintigste eeuw onontdekt gebleven, een opzettelijke poging de Saâdien heerser in vergetelheid te doen raken. Recent ontdekte men ze opnieuw op luchtfoto's. De vele muren om en rond dit stadsdeel en de tombes verklaren het gemakkelijke in vergetelheid raken van de tombes. Strak ingebouwd tussen huizen, moskee en stadsmuur nemen de tombes slechts een klein stuk land in. Desalniettemin zijn ze zeer indrukwekkend. Vooral het voor Marokko zo typerende decoratieve cederhout en pleisterwerk is goed bewaard gebleven en geeft een goede indruk van het hoogwaardige vakmanschap van de zestiende eeuw. Wij verbazen ons over de gedetailleerdheid van de bouwwerken en de rust die er heerst.

Op straat aangekomen is het weer ‘bussiness as usual'. Men probeert ons van alles en nog wat aan te smeren maar de hoge prijzen schrikken ons af, onze goede afdingkwaliteiten ten spijt. Op de terugweg richting Jemaa el Fna kopen we wat yoghurtjes bij een winkeltje met een aandoenlijk jonge islamitische verkoper. Zijn poging zich in het Engels uit te drukken en onze poging een gesprek aan te gaan doet een leuke conversatie ontstaan. De terugweg naar het hotel leggen we opnieuw af per ‘petit taxi' – wat zijn we toch lui aan het worden. De rest van de avond eten we wat, rusten we en kijken we uit naar de volgende dag.

Marrakech - Dinsdag 29 juni 2004

Hoewel we er al een aantal dagen over hebben nagedacht, weten we nog steeds niet via welke route we door Marokko zullen reizen en welke plaatsen we willen aandoen. Frank wil graag naar Ouarzazate, het plaatsje dat de poort tot de woestijn vormt. Ouarzazate is bereikbaar met de bus als dagtrip vanuit Marrakech, of kan in onze route worden opgenomen als we besluiten om het Hoge Atlas-gebergte heen te reizen. Ondanks dat de route door en rond het Hoge Atlas-gebergte prachtig moet zijn, voelen we niet zoveel voor de laatste optie vanwege de hitte en de lange reistijden. Ook de dagtrip valt uiteindelijk af vanwege de onmogelijk het per openbaar in een enkele dag te doen, en vanwege de hoge prijs wanneer we Ouarzazate georganiseerd aandoen. Ouarzazate zullen we deze reis dus niet aandoen, maar we nemen ons voor in de toekomst Marokko met eigen vervoer te bezoeken om ook dit gedeelte ontdekken.

Uiteindelijk besluiten we overmorgen per bus te vertrekken richting Fès. We brengen vandaag alvast een bezoekje aan het busstation om informatie in te winnen over de busmaatschappijen, de vertrektijden en de kosten van het kaartje. De private busmaatschappij CTM (Compagnie de Transport Marocain) spreekt ons het meest aan. Toch geven we onszelf nog één dagje om de plannen definitief te maken.

Met de nodige informatie op zak begeven we ons nogmaals naar het winkeltje waar we onze eerste theepot hebben gekocht. We hopen voor dezelfde prijs nog een tweede exemplaar op de kop te kunnen tikken. Helaas hebben we vandaag minder geluk. Ondertussen hebben we ons oog ook nog laten vallen op een bonte verzameling aan kettingen. Over de prijs kunnen we het met de verkoper niet eens worden en dus verlaten we het winkeltje met alleen een tweede theepot. In een volgend winkeltje lukt het ons gelukkig wel de hand te leggen op drie kettingen tegen een redelijke prijs. Omdat de verkoper zeer enthousiast is over de koop die we hebben gesloten, zijn we er zeker van dat we in ieder geval niet té weinig hebben betaald. We bezoeken ook nogmaals de joodse wijk, maar ditmaal om ook hier het een en ander te winkelen. Dat de Marrakechi dit door hebben blijkt al snel. Gedwee laten we ons van winkeltje naar winkeltje loodsen en drinken we thee bij de eigenaar van een apotheekwinkeltje vol met natuurproducten. De thee smaakt ons goed en de uitleg over de verschillende producten is zeker interessant. We weten echter niet zo goed wat we met deze natuurproducten aanmoeten en dus kopen we niet. Helaas voor de vriendelijk man

De volgende twee winkeltjes hebben wel interessante koopwaar: een bonte verzameling aan kralen en hangertjes waarmee de Marrakechi de vele kettingen die in de souks te koop zijn samenstellen. Onder het toeziende, vermakelijke oog van de betreffende winkeleigenaars zoeken we een bundel verschillende kralen en hangertjes uit, met het voornemen ze thuis om te toveren een aantal fraaie kettingen. Zwaar beladen en tevreden met onze aankopen brengen we de rest van de dag door met het dwalen door de superinteressante stad die Marrakech blijkt te zijn. Pas laat in de avond eten we wat en duiken we ten slotte ons bedje in.

Marrakech - Woensdag 30 juni 2004

Op onze laatste dag in Marrakech bezoeken we het in de laatste jaren van de negentiende eeuw aangelegde Bahia Paleis. Het paleis is van ongekende schoonheid met haar fraaie mozaïeken, geschilderde plafonds en binnenplaatsen met fruitbomen. Het verhaal gaat dat de voormalige slaaf die het paleis heeft laten bouwen zo gehaat was dat, toen hij stierf in 1900, zijn paleis geplunderd en zijn eigendommen meegenomen werden door zijn slaven, bedienden en leden van zijn harem. De gebouwen, die bijna allemaal intact gebleven zijn, geven ons toch een goede indruk van de rijkdom en weelde waarin deze Bou Ahmed leefde.

Omdat we vanmorgen reeds bustickets naar Fès hebben aangeschaft en we nog een middag in Marrakech over hebben, doen we een poging de zogenaamde Agdal tuinen te lokaliseren. Dit mislukt compleet: de tuinen moeten ergens achter het koninklijke paleis liggen maar zijn zo weinig indrukwekkend dat we ze over het hoof zien, of ze zijn simpelweg onvindbaar. Feit blijft dat we keer op keer gigantisch verdwalen en het ten slotte met tegenzin op moeten geven. Maar het heeft geen negatieve invloed op onze opvattingen over de stad zelf: Marrakech is en blijft een geweldige en indrukwekkende stad! We zijn erg nieuwsgierig geworden naar de rest van Marokko en kijken uit naar de volgende stad: op naar Fès