Meknes - Zaterdag 3 juli 2004

De vette hap van gisteren blijkt niet zo goed gevallen te zijn. Voor de zekerheid nemen we een paar tabletjes Loperamide (antidiarree). Later blijkt dit overbodig te zijn geweest, of misschien heeft het juist goed geholpen. Na een beperkt ontbijt - stokbrood met jam en boter - nemen we een taxi naar het CTM-busstation. Onderweg maken we al snel vrienden: op Mijke's hand blijkt zich een meeliftende kakkerlak van zo'n zes centimeter te bevinden, die door het raampje naar binnen is komen waaien. Op het busstation leren we een wijze les: de eerstvolgende bus naar Meknès vertrekt pas over twee uur. Volgende keer toch maar van tevoren informeren naar de vertrektijden. We kopen vast twee buskaartjes, laten de bagage op het busstation achter en lopen wat rond in het nieuwe gedeelte van Fès. Deze ville nouvelle heeft ons weinig te bieden en we doden de tijd met een glaasje fris op een terrasje. Daar knopen we een praatje aan met een ober die enkele jaren in Nederland heeft gewoond maar zijn Nederlandse nog niet verleerd heeft.

Netjes op tijd zijn we weer terug op het busstation en we zijn opgelucht als we na het vele wachten eindelijk kunnen vertrekken. De route naar Meknès is bijna geheel over de tolweg en het uitzicht is niet echt bijzonder: graanvelden, graanvelden en nog eens graanvelden. Gelukkig is de reis vandaag kort: binnen twee uur zijn we op de plaats van bestemming. Hoewel we de indruk krijgen dat we extra rondje sightseeing Meknès hebben gedaan, zijn we zeer tevreden over dit snelle en comfortabele CTM-busritje. Met behulp van een zeer aardige Marokkaanse dame lukt het ons - onder een streng toeziend oog van een medewerker van het plaatselijk CTM-busstation - de tassen uit de bus te halen en krijgen we bevestigd dat het hotel van onze keuze op loopbare afstand ligt. In praktijk blijkt Hotel Majestic toch niet zo gemakkelijk te vinden. We beginnen een beetje te twijfelen aan de kwaliteit van onze o zo favoriete Footprint reisboeken. Gelukkig weten we het prima hotel uiteindelijk toch nog te lokaliseren en kiezen voor een basiskamer aan het binnenhof.

We moeten wel even wenen aan de prijzen van accommodatie in Marokko. In vergelijking met Azië - we kunnen maar niet ophouden onze reizen te vergelijken met ons jaar in Azië terwijl Marokko verre van Azië is - zijn de kamers net zo basis maar vele malen duurder. Vijfentwintig à vijfendertig euro voor een tweepersoons hotelkamer blijkt een hele normale prijs maar is redelijk prijzig wanneer je van plan bent drie weken rond te trekken. We besluiten dat we er maar gewoon aan moeten wennen en bovendien is het ook niet anders. Overigens merken we wel dat des te meer geld we neertellen, des te beter we slapen.

Nadat we ons geïnstalleerd hebben wordt het tijd om Meknès te gaan verkennen. De stad blijkt al snel een verademing na het hectische Fès. De straten zijn gevuld met minder mensen en slechts een enkeling probeert ons zijn winkeltje binnen te krijgen of zich op te werpen als gids. Per taxi laten we ons naar het centrale plein van Meknès brengen. Place El Hedim heeft zeker potentie maar ontbeert de charme die de Jemaa el Fna van Marrakech had. Gelukkig maakt het uitzicht alles goed: we zijn getuigen van de fraaiste poort die we tot nu toe hebben gezien. Bab Mansour domineert op de top van de heuvel in de medina van Meknès. Achter de poort beginnen de uitgestrekte gronden van de koninklijke stad die Meknés in de achttiende eeuw was.

We vervolgen onze weg de medina in en lopen daar een beetje rond. We ervaren het tot nu toe als zeer plezierig om straatje in en uit te lopen en een beetje verdwaald rond te zwerven in de oude stadsgedeelten van de steden die we bezoeken. Aan koopwaar is er voor toeristen niet veel te vinden in de medina. Vooral kleding is zeer populair. Hoewel het niet echt interessant is om te kopen zijn we zeer onder de indruk van de wijze waarop een groot deel van de Marokkanen gekleed gaat. Waar de mannen gekleed gaan in pak of over hun kleding lange maar simpele gewaden dragen, zijn de zeer kleurrijk gewaden van vrouwen versierd met een enorme capuchon en/of hoofddoek. Het ziet er zowel comfortabel als gezellig uit, al die Jellaba's in de straten van de steden van Marokko.

Meknes - Zondag 4 juli 2004

Vandaag is de planning op tijd op te staan omdat we met een door het hotel geregelde taxi Moulay Idriss en Volubilis gaan bezoeken. Helaas worden we vroeger dan gepland wakker door het geschuif van bedden door de schoonmaakster: de klok staat op 7.30. We springen onder de douche en begeven ons naar het restaurant omdat het ontbijt in de kamerprijs inbegrepen is. Het ontbijt valt op z'n zachtst gezegd: we worden geconfronteerd met dat wat de Footprint ook wel bestempelt als ‘ pathetic breakfest '. Oftewel, taai brood met een likje jam en boter, en te zwarte en te lauwe thee. Goedemorgen Meknès!

Stipt om negen uur rijdt onze chauffeur met zijn Mercedes (die van Frank de bijnaam turkensloep krijgt) voor. Onze eerst bestemming ligt een dertigtal minuten van Meknès vandaan, de Oudromeinse stad Volubilis. Deze stad is zeer zeker de moeite van het bezoeken waard, ondanks dat Volubilis niet zo geweldig schijnt te zijn als andere tot ruïnes vervallen Oudromeinse steden verder oostwaarts in Noord Afrika. De ruïnes van Volubilis liggen in het open veld over zo'n veertig hectare verspreid. Hoewel veel van de oorspronkelijk stad gebruikt is om gebouwen in omringende steden op te trekken of verdwenen is naar musea, is het ontwerp van de gebouwen en de indeling van de stad nog duidelijk zichtbaar. Vol verbazing aanschouwen we de vele mozaïekvloeren die nog gedeeltelijk of geheel intact zijn gebleven. Het meeste indrukwekkend bouwwerk is de Triumphal Arch die ook vandaag de dag nog de horizon siert. We lopen tussen de ruïnes door en bekijken de resten van gebouwen die poëtische namen als het huis van Orpheus, huis van de Nimfen, huis van de Atleten en huis van Ephèbe dragen. Omdat de hitte in het open veld ons na zo'n twee uur wandelen wat veel wordt, begeven we ons, nadat we tripod de huiskat hebben geknuffeld, terug naar de taxi.

Op weg naar de pelgrimageplaats Moulay Idriss ontstaat er enige verwarring als de chauffeur kiest voor de afslag naar Meknès. Mijke probeert de chauffeur in haar beste Frans duidelijk te maken dat we naar het heuveldorpje Moulay Idriss willen. De beste man begrijpt de boodschap, keert zijn auto en tuft de steile berg op. Het uitzicht op Moulay Idriss levert een dramatisch plaatje op: de stad is opgetrokken boven op twee rotspartijen en de huizen en moskeeën lijken op elkaar gestapeld. Tussen de rotspartijen ligt een belangrijk islamitisch heiligdom: Moulay Idriss is het Mekka van Marokko voor degene die de ultieme pelgrimage naar Mekka niet kunnen maken. De stad is in de achtste eeuw gesticht door de achterkleinzoon van Fatima, de dochter van de profeet Mohammed.

De eerste de beste gids in het plaatsje maakt handig gebruik van onze verwarring over welke kant we op moeten lopen. Voor we erg in hebben sjokken we gedwee achter hem aan, straatjes in en uit, trappen op en af. Even zijn we overdonderd maar dan besluiten we de aanwezigheid van de gids maar te accepteren, er vanuit gaande dat we zelf de weg vast en zeker niet hadden gevonden. Moulay Idriss blijkt namelijk een wirwar aan straatjes te zijn waar moeilijk structuur uit op te maken is. Onze gids loodst ons naar een aantal prachtige plekken vanwaar het uitzicht op de rest van het stadje, het heiligdom en de omgeving geweldig is. Bovendien krijgen we ook van dichterbij zicht op het heiligdom en de gids heeft zelfs een paar geheime plekjes ontdekt van waaruit we als niet-moslims toch het heiligdom een beetje van binnenuit kunnen bekijken. Zowel Volubilis als Moulay Idriss zijn de moeite van het bezoeken meer dan waard, en we zijn erg tevreden over de comfortabele wijze waarop we beide plaatsen bezocht hebben. Zo'n ‘grand taxi' helemaal voor onszelf is toch een stuk minder ingewikkeld dan het bezoeken van de plaatsten per lokale bus.

Terug in Meknès doen we ook aldaar nog wat sightseeing. We zijn toch bezig en het is nog relatief vroeg in de middag. Om de honger te stillen eten we een lekker omeletje bij het restaurantje van gisteren. Daarna brengen we een bezoek aan het in het negentiende-eeuwse paleis Dar Jamai ondergebrachte museum van Marokkaanse kunst. Omdat we de enige bezoekers zijn krijgen we een bijzondere rondleiding: we mogen gewoon achter de koorden die de spullen beschermen lopen en er worden kamertjes speciaal voor ons geopend. De bewaker is erg aandoenlijk en lijkt zeer gecharmeerd van Mijke. Hoewel ook wij de beste man aardig vinden zijn we meer onder de indruk van dit zeer kunstige paleisje. Laat onze poesjes maar overvliegen, hier willen we wel blijven wonen.

Daarna bezoeken we medersa Bou Inania, de midden in de medina gelegen veertiende-eeuwse islamitische leerschool. Niet alleen de medersa zelf blijkt de moeite van het bezichtigen meer dan waard, ook het uitzicht vanaf het dak is prachtig. We staan oog in oog met een pracht aan houtsnijwerk en hebben goed zicht op de naast de medersa gesitueerde Grote Moskee'. Ten slotte brengen we ook nog een bezoekje aan het aan rand van de medina gelegen mausoleum van Moulay Ismail, de heerser die Meknès in de zeventiende en achttiende eeuw tot keizerstad maakte. We mogen gratis het mausoleum in en krijgen zelfs toestemming van achter een hekje vandaan de graftombes zelf te bekijken. We zijn hier wat terughoudend in daar we het islamitische meisje dat in de moskee annex mausoleum aan het bidden is niet willen storen. Als dank doen we een bijdrage aan het onderhoud van het mausoleum want een dergelijke pracht en praal van aanzienlijk betekenis voor moslims mag niet verloren gaan.

We eindigen de dag met een heerlijke maaltijd in het nieuwe stadsdeel, krijgen nog mee dat Griekenland het EK heeft gewonnen, wandelen nog wat door de hoofdstraat van het nieuwe stadsdeel en kruipen dan ons bedje in. Op naar een nieuwe dag, op naar een nieuwe stad, Marokko's hoofdstad Rabat!