Vandaag kiezen we voor opnieuw voor luxe en gemak. Aangezien het treinstation om de hoek ligt van het hotel waar we de laatste nachten verbleven, nemen we de trein naar hoofdstad Rabat. Omdat dit de eerste treinreis is die we in Marokko maken en het prijsverschil tussen eerste en tweede klas slechts minimaal is, besluiten we per eerste klas te reizen. Deze klasse blijkt zeer comfortabel te zijn maar omdat er niet zoveel plek in de eerste klas is, zit de coupé nagenoeg vol. We hebben net de pech dat we met drie luidruchtige Afrikanen plus huilende baby'tje in een coupe zitten. Gelukkig verloopt de reis voorspoedig en binnen enkele uren hebben we de afstand naar de hoofdstad overbrugd. Aldaar laten we ons door een ‘petite taxi' brengen naar - opnieuw maar dan in een luxere versie - hotel Majestic.
Het hotel blijkt vlak naast het oude stadsgedeelte te liggen, wat het hotel nog een betere keuze maakt. Helemaal in onze sas betrekken we onze kamer en maken we ons op om een eerste verkennende tocht door de medina van Rabat te maken. We zijn ook aardig hongerig geworden en dus besluiten we ook meteen maar het eten in Rabat uit te proberen. Na een eerste blik op de winkels in de hoofdstraat schuiven we bij een lokale eettent aan voor de hap van de dag: rijst, friet, omelet en brood. Niet slecht. De medina van het grote Rabat blijkt gelukkig compact te zijn. Waar we een beetje huiverig zijn voor de allergrootste steden van een land - we hebben in Azië de gewoonte ontwikkeld deze te mijden - valt Rabat tot nu erg mee. Sterker nog: we hebben het erg naar onze zin in deze stad.
In toeristisch opzicht beperken we ons vandaag tot de aan de Atlantische oceaan gelegen Kasbah des Oudaïas, een Andalucische fort uit de twaalfde eeuw. We struinen wat rond in dit schattige dorpachtige fort met z'n smalle straatjes en kleine huisjes. We aanschouwen de prachtige toegangspoort Bab al-Kasbah en hebben vanuit de Kasbah een prachtig uitzicht op de bulderende zee, het zusterstadje Salé, en het populaire met lokale Marokkanen volgepakte strand van Rabat. Ook wij besluiten even af te dalen naar het strand, maar beperken ons tot de pier die ver de Atlantische oceaan inloopt. Op de pier is het een drukte van jewelste: verkopers proberen hun waar - van sigaretten tot zwembandjes - aan de man te brengen, kinderen duiken van de rotsen de schuimende zee in en stelletjes genieten van het uitzicht. Ook wij genieten van de eerste dag in deze indrukwekkende stad. In de medina dwalen we nog wat door de straatjes met haar witgepleisterde huisjes met blauwe kozijnen en bezoeken een marktje.
De avond begint te vallen en onze magen beginnen te knorren dus strijken we neer in restaurant El Bahia. Dit restaurantje ligt in de muur van de medina, met erachter een binnenplaatsje. We genieten van de rust en een drankje totdat het begint te regenen. We zijn genoodzaakt onze maaltijd binnen te bestellen en te nuttigen. Het eten smaakt ons maar de service die de ober ons verleent schetst onze verbazing. Wat is deze man chagrijnig zeg! Hij kwakt de borden op tafel, mompelt wat en loopt weer weg, en herhaalt dit gedrag een aantal malen. Een fooi zit er voor deze man zeker niet in. Terug in het hotel maken we plannen voor de volgende dag en dan oogjes toe.
Na het ontbijt gaan we te voet richting de Hassan toren. Dit monument is vijfenveertig meter hoog, domineert de skyline van Rabat en is zonder enige moeite te lokaliseren. De Hassan toren werd in opdracht van sultan Yacoub al Mansour gebouwd ter vervulling van zijn droom om Rabat koninklijke allure te geven. Helaas werd met zijn dood in 1199 ook de bouw gestaakt waardoor heden ten dage alleen de onvoltooide minaret en halve zuilen nog herinneren aan dit prestigieuze bouwwerk. De incomplete minaret zou voltooid maarliefst tachtig meter hoog zijn, maar ook met vijfenveertig meter is de Hassan toren een indrukwekkende verschijning, ook vanwege de geweldige decoratieve designs rond de minaret.
Aan de andere kant van het plein waaraan de Hassan toren ligt, is het mausoleum van Mohammed V gesitueerd, opgedragen aan de eerste koning van onafhankelijk Marokko en vader van de vorige koning. Het is gebouwd op de plek waar Mohammed V na terugkeer uit ballingschap in 1955 samen met duizenden mensen God bedankte voor het geven van onafhankelijkheid aan Marokko. Het gebouw is bewerkt met traditionele technieken en vormgegeven volgens de religieuze architectuur. Vele wachters in fraaie kledij bewaken deze laatste rustplaats van de man die in Marokko nog steeds wordt aanbeden.
Ook de volgende bezienswaardigheid weet Frank zonder moeite te lokaliseren. Het blijkt een aardige trippel te zijn, ook omdat we omlopen langs de kathedraal van St. Peter en de grote moskee, en we bovendien een pizzatentje bezoeken om de nodige energie te doen. Maar uiteindelijk weten we de net iets buiten de stadsmuren gelegen Chellah te bereiken. Deze verlaten ommuurde stad met haar vijf kanten en twintig torens is een welkome afwisseling op het hectische Rabat. Hoewel je van een echte stad niet meer kunt spreken aanschouwen we binnen de muren de resten van een stad die tussen 1310 en 1334 gebouwd is. Tevens zijn er resten die terug gaan tot de Romeinse tijd, en dit alles omgeven door een weelde aan natuurpracht. Deze ‘dodenstad' - al is het ons niet duidelijk of zij haar naam dankt aan het feit dat ze verlaten is of vanwege het centraal gelegen mausoleum – wordt vandaag de dag bewoond door een twintigtal katten en ontelbaar veel ooievaars. We genieten van de rust en dwalen uren tussen de resten van de moskee, het mausoleum, de opgegraven Romeinse nederzetting, en het doolhof aan bloemen en planten door.
Aan het einde van de middag begeven we ons tussen de winkelende Marokkanen in de medina en weten we de hand te leggen op een door ons zo gewild theeblad. We winkelen nog wat verder tot de drukte ons teveel wordt - het lijkt of heel Rabat aan het winkelen is geslagen - en gaan vervolgens een hapje eten. Tijdens het eten kijken we terug op een geslaagde dag en bewonderen we nogmaals de spulletjes - theeblad en cadeautjes - die we aangeschaft hebben.
Rabat- Woensdag 07 juli 2004
Omdat we het nog niet eens zijn over het verloop van onze reis,
besluiten we nog één dag in Rabat te blijven. Deze dag brengen
we door in het naburige Salé. De petits taxis van Rabat rijden niet verder
dan de brug die Rabat en Salé scheidt. Vandaar dat wij besluiten de afstand
naar de zusterstad van Rabat per voet af te leggen. Als eerste bezichtigen we
de immense Bab Mrisa, de poort van de kleine haven. Hoewel deze
toegangspoort vandaag de dag geplaveid is, was zij oorspronkelijk een waterweg
waarover schepen tot binnen de stadsmuren konden varen.
Binnen de stad aangekomen dwalen we wat door de straatjes van de medina. Vervolgens
volgen we de stadsmuur, om uiteindelijk aan te komen bij het mausoleum van Sidi
Ben Ashir at Tabib, gelegen op een zeer grote begraafplaats. Deze moslimheilige
stond bekend om zijn genezende krachten en nog steeds bezoeken zieken zijn tombe
in de hoop op een wonder. Erg fraai is de tombe niet, hoewel de Footprint beweert
van wel. Er ontstaat dan ook verwarring wanneer een man zich opwerpt als gids
en richting de stadsmuur wijst. In de verwachting dat daar de tombe ligt - ons
nog niet bewust van het feit dat we deze al gevonden hebben - lopen we gedwee
achter de man aan. In plaats van bij de tombe bevinden we ons plots op de muren
van een fort, alwaar de beste man een heel verhaal in het Frans begint te vertellen.
We vragen nogmaals naar het mausoleum en pas nu bevestigt de man dat de tombe
op de plek ligt waar hij ons heeft opgepikt. We geven de ontdane man tien dirham
om ruzie te voorkomen, en lopen snel terug naar de medina
De belangrijkste bezienswaardigheid van Salé is de in 1342 gebouwde medersa. Als we deze na een flinke zoektocht hebben gevonden, blijkt deze helaas gesloten te zijn vanwege restauratiewerkzaamheden. Van de werklieden mogen we wel even een blik naar binnen werpen, zodat we toch nog een aardig beeld krijgen van de geweldige schoonheid van dit gebouw.
Op de weg terug naar Rabat doen we nog een verwoede poging een aantal zilverkleurige schaaltjes op de kop te tikken, maar de verwarring over de prijs is compleet wanneer blijkt dat de verkopers in een ons onbekende munteenheid rekenen. Dus zien we af van de koop en nemen de trein terug naar Rabat. In Rabat doen we ons nogmaals tegoed doen aan pizza.