Onze nachtrust is iets minder rustig verlopen dan we hadden gepland. Nadat we op de gang al een grote kakkerlak hadden gespot, blijkt een wat kleiner exemplaar zich op te houden in onze kamer. Rond middernacht, bij een tweede poging, weet Frank de kakkerlak te vangen met een glas, en is het beestje gedoemd tot urenlang rondjes lopen totdat wij de volgende dag vertrekken. ’s Morgens halen we chocoladebroodjes en croissants bij de lokale bakker en drinken we jus d’orange op een terrasje. Daarna pakken we ons boeltje, laten we de kakkerlak weer vrij en lopen we naar het busstation. Aldaar nemen we de CTM-bus naar Safi. Op het busstation voorziet een medewerker ons van alle mogelijke informatie over de plaatsen die we nog willen aandoen. Hij waakt ook over onze bagage, en zorgt dat deze in de goede bus wordt geladen.
De busrit naar Safi duurt zo’n drie uur. Aldaar aangekomen laten we ons per taxi naar het hotel van onze eerste keuze brengen: alweer hotel Majestic. De kamers van dit hotel zijn zelfs in onze ogen te minimalistisch en we kiezen ervoor een ander hotel te nemen. Maar ook dit stadje staat niet bekend om haar goede accommodatie en omdat we toe zijn aan een kakkerlakvrije kamer kiezen we voor het duurdere Les Mimosas. Aan een allervriendelijkste agent - die behoorlijk van Mijke gecharmeerd blijkt te zijn - vragen we de weg. Ondanks zijn goede bedoelingen besluiten we toch maar een taxi te nemen. De hotelkamer is op en top luxe, en hoewel we ons wel een beetje schuldig voelen, kijken we uit naar een goed nachtrust.
Hoewel Safi vrij groot is, heeft het toerist niet veel te bieden. Met de bouw van een grote fosfaatfabriek naar de historische stad verloor het iedere kans op het worden van een toeristische trekpleister. Waar Safi ooit één van de belangrijkste sardinevloten had en mooie stranden, is dit door deze sterk vervuilende industrie om zeep geholpen. Ook leeft hierdoor een groot deel van de bevolking van Safi in armoede.
Toch heeft Safi ons het een en ander te bieden, en hebben we een plezierige dag. Jammer dat het nationale keramiekmuseum in verband met restauratiewerkzaamheden gesloten is. We besluiten dan maar via de stadsmuur naar het aan zee gelegen Dar el Bahar te lopen. In dit door Portugezen in 1523 gebouwde fort krijgen we een rondleiding aangeboden en bezichtigen we de imposante rij kanonnen. Verscheidene van deze kanonnen blijken in Rotterdam (in 1619) en Den Haag (in 1621) te zijn gemaakt. Het is jammer dat het fort, vanwege haar ligging aan de kust, niet meer in een goed staat verkeert. Maar ondanks dat we de versterkte muren niet mogen beklimmen, kunnen we ons toch een aardig beeld vormen van de wijze waarop dit verdedigingswerk in haar tijd functioneerde.
Dicht bij Dar el Bahar ligt de ommuurde medina, opnieuw een samensmelting van drukte en de ons ondertussen bekende koopwaar. Toch is de medina van Safi anders: in dit plaatsje wordt het traditionele aardewerk waar Marokko om bekend staat gemaakt. Overal waar we kijken zien we vrolijk gekleurde en versierde borden, schalen, potjes, asbakken. Het fabriceren van al dat aardewerk willen we nu wel eens van dichtbij zien.
Ongevraagd dient er zich een gids aan, die we overigens met geen mogelijkheid kunnen afwimpelen. Op het begin stribbelen we nog wat tegen omdat we ervan overtuigd zijn dat we de pottenbakkersfabriekjes ook zelf wel kunnen bezoeken. Maar eenmaal in de pottenbakkerswijk aangekomen zijn we toch wel blij met onze gids: we zien onszelf niet brutaal de verschillende huisjes inlopen waar het produceren van aardewerk zich afspeelt. We zijn getuigen van het hele proces van het maken van aardewerk: van het voorbereiden van de klei, het vormen van de potten en schalen, het bakken, en beschilderen en glazuren ervan. We zien hoe hard de Marokkanen in deze sector moeten werken. Duizenden en duizenden stukken aardewerk worden hier in kleine, warme en bedompte ruimtes geheel handmatig geproduceerd. De technieken in de ongeveer honderdveertig werkplaatsen zijn sinds het begin van de twintigste eeuw nauwelijks veranderd. We zijn erg onder de indruk van het harde en eentonige leven dat zich in deze fabriekjes afspeelt. Het is altijd zeer verhelderend eens goed met de neus op de feiten te worden gedrukt. Dit neemt overigens niet weg dat de aanblik van al die duizenden stukken aardewerk een sterk overkill- effect teweegbrengt.
We betalen en bedanken onze gids voor de rondleiding, krijgen nog wat ‘please some more money for a drink’ woorden over ons heen en besluiten dan op zoek te gaan naar een plaats voor de dagelijkse hap. Dat we een beetje verward zijn door alle informatie die we van onze vriend Aron hebben gekregen blijkt als we op zoek gaan naar het aangeraden restaurant Les Amis. We zijn lichtelijk ontdaan als we het betreffende restaurant niet kunnen vinden, zoals we ook al ontdaan waren omdat Safi niet zo’n stoer kunstenaarsdorpje bleek te zijn. We waren ervan overtuigd dat Aron dit dorpje daarom aanraadde. Later blijkt dat zowel het restaurant als het kunstenaarsdorpje pas na Safi te vinden zijn: in Essaouira om precies te zijn, onze volgende bestemming. We zijn verward over onze eigen verwarring maar hebben het tot nu prima naar onze zin gehad in Safi. Bovendien weten we ook nog een prima restaurant te vinden. Met de Marokkanen aldaar eten we de standaardhap, voor ons minus vlees. Nieuwsgierig wachten we af wat we voorgeschoteld krijgen, en we laten ons de soep, friet en salade goed smaken.
Met ons buikje vol struinen we nog wat rond in Safi, en genieten we van de prachtige uitzichten op de stad en de zee. Daarna is het bijkomen in ons luxe hotelkamer, hoewel we uiteindelijk nogal wat moeite hebben om in slaap te komen. Onze kamer blijkt zich boven een discotheek te bevinden, en met al die lallende Marokkaanse jongeren in, onder en bij het hotel is slapen geen pretje. Dat is extra zuur aangezien deze kamer eens een keer zeer prijzig was.